18 dec

Unknown Pleasures

De kreek die uitmondt in zichzelf,
rimpeling van verzonken.
Gevangen in zuidwesthoekklei,
de zee in land verdronken.

Waar we polsstok sprongen in de wei
en vreeën tussen koeienstront.
Waar ik thuis met blauwe ballen kwam,
Met blauwe jeiter aan mijn kont.

Waar volgens buurvrouw zondags werk niet gedijt,
was zij volgens vader op die dag verwekt.
Waar we verder alle dagen zwegen,
De tafel stipt om 6 gedekt.

Waar mijn zaad en roem niet
wilden aarden in het begraasde gras.
Waar nu een nieuwe nieuwbouwwijk
Nieuwer is dan toen de onze was.

Waar ik woorden zocht voor
wat voor mij alleen onzegbaar leek.
Woorden die ik voor mezelf zweeg.
Waarvan ik nog de stille echo hoor.

Waar ik in de koopjesbak van Minkema,
Nota bene, Unknown Pleasures vond.

Waar dan toch maar mooi uit bleek
dat er dus wel degelijk iets bestond.

25 jun

Vissen

Vissen, samen aan de dijk
waar zoet en zout elkaar ontwijken.
De wind, straf landinwaarts,
blaast ons in het gezicht.

Het tij komt op en wij
staren over zee.
Zwaar door bloed verbonden
hangen tussen ons de jaren.

Het lood zinkt naar de bodem,
De lijnen trekken strak.
Onze hengels voelsprieten
op de kleinste vis gespitst.

De tijd verstrijkt. Wij
slaan eens aan en halen in.
Ongemerkt zijn onze haken van aas ontdaan.
Met verse wormen werpen we nog verder uit.

Doodtij. Dan wijkt het water.
Het leefnet hangt half op het droge al.
Ik haal nog één keer in.

De vis spartelt aan de haak,
diep verborgen in zijn keel.
Wat mij rest: de lijn
te knippen bij de bek.

Dan glip jij mij uit handen,
val je terug in zee.
De lucht vult zich met gekrijs:
onze pieren vliegen met de meeuwen mee.

20 jan

Jeugdliefde

Mijn eigen Ina Damman was jij,
destijds op de middelbare school.
Ik zag je na de zomer in het tweede jaar:
jij ging naar de HAVO, ik  naar het VWO.

Bekeken door bijziende glazen,
vervormde ik jou tot mijn prinses.
En mijzelf tot kikker uit een sprookje:
zwaar betoverd, maar ongekust.

Ook wij kenden onze Breedevoorts.
Terwijl ik met ze heulde, ging jij er mee naar bed.
Hoe stinkend ik mijn best ook deed,
nooit ontving ik meer dan jouw verveelde blik.

Vervuld was ik van jouw dromen,
in dat tot nu mijn eenzaamst jaar.
Aan het eind waarvan ik mijn Marie vond,
en jou eindelijk te vergeten dacht.

Hier staan we weer, sinds lange jaren.
Mijn voeten raken de aarde zwaar.

Dat ik zo veranderd ben zeg jij.

Maar als dat waar is, hoe komt het dan
dat ik  niet uit mijn woorden kom?

23 feb

Vissers

Zoekt jouw blik in mij
een plek om heen te gaan,
zoals mijn kleine ogen
een houvast bij jou?

Stil sta ik aan dit vreemde bed,
net als vroeger aan de dijk.
Twee vissers uit de grote stad.

Nog altijd niet wetend
wat te zeggen,
wordt het afgedaan met scherts.

Maar toch: mijn hand
op jouw schouder, vlijt even
mijn hoofd op jouw zachte trui